Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AZ0138

Datum uitspraak2006-08-30
Datum gepubliceerd2006-10-16
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers05/4544
Statusgepubliceerd


Indicatie

Telecommunicatie, toezichtskosten.


Uitspraak

RECHTBANK TE ROTTERDAM Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken Reg.nr.: TELEC 05/4544 - WILD Uitspraak in het geding tussen Support Net B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, gemachtigde N. Haasnoot, directeur, en het College van de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, verweerder. 1. Ontstaan en loop van de procedure Bij besluit van 19 april 2005 heeft verweerder bij eiseres de jaarlijkse toezichtskosten voor het aanbieden van een openbare elektronische communicatiedienst in rekening gebracht. Tegen dit besluit (hierna: het primaire besluit) heeft eiseres bij brief van 9 mei 2005 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 18 augustus 2005 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit (hierna: het bestreden besluit) heeft eiseres bij brief van 28 september 2005 beroep ingesteld. Verweerder heeft bij brief van 26 juli 2006 een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2006. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door R.A.M. Lenssen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H. la Roi. 2. Overwegingen Verweerder heeft van eiseres op 6 september 2004 een mededeling ontvangen waarin eiseres heeft aangegeven openbare elektronische communicatieactiviteiten, waaronder huurlijnen, aan te zullen bieden. Ingevolge artikel 16.1, eerste lid, van de Tw heeft verweerder bij het primaire besluit bij eiseres de jaarlijkse toezichtskosten voor het aanbieden van een openbare elektronische communicatiedienst in 2005 in rekening gebracht. Op basis van de Regeling vergoedingen OPTA 2005 (hierna: de Regeling) is de vergoeding voor huurlijnen vastgesteld op € 11.000,-. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat, nu zij slechts één huurlijn heeft aangeboden, de over 2005 in rekening gebrachte vergoeding niet in verhouding staat met de aangeboden dienst. Hoewel eiseres erkent dat zij verantwoordelijk was voor het afmelden van activiteiten, is zij van mening dat verweerders informatie hieromtrent misleidend was. Eiseres was zich er niet van bewust dat registratie dergelijke financiële gevolgen met zich zou brengen, aangezien de opstelling en presentatie van de prijslijst erg complex is. Eiseres is van mening dat het bedrag van € 10.000,- formeel wellicht wel juist is, maar materieel gezien buiten proporties is. Handhaving van het besluit zou derhalve onevenredig veel nadeel voor eiseres meebrengen ten opzichte van het doel van de onderhavige regelgeving. Volgens eiseres kan het haar niet worden aangerekend dat de laatste opzegging van de huurlijn niet direct gemeld is bij verweerder. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres op grond van de door haar gedane mededeling in 2005 is geregistreerd als aanbieder van een elektronisch communicatienetwerk en als aanbieder van openbare elektronische communicatiediensten, waaronder het aanbieden van huurlijnen. Op basis hiervan is zij toezichtskosten verschuldigd. Nu verweerder vóór 1 januari 2005 geen mededeling van eiseres heeft ontvangen dat zij deze activiteiten niet meer aan zou bieden, stelt verweerder zich op het standpunt dat de vergoedingen terecht in rekening zijn gebracht. De hoogte van deze kosten vloeien voort uit de Regeling. Verweerder is van oordeel dat het wettelijk stelsel geen ruimte laat om af te wijken van de in deze Regeling gestelde bedragen. Ter bevestiging van deze stelling verwijst verweerder naar een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 12 maart 2003 (LJN: AF6810). Uit deze uitspraak volgt dat artikel 16.1, eerste lid van de Tw er niet toe leidt dat de vergoeding van de kosten vanwege het hieraan toekomende retributieve karakter zich zou dienen te richten tot het werkelijk gebruik dat wordt gemaakt door diegene, die de kosten moet betalen. De rechtbank overweegt het volgende. De rechtbank stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat eiseres in 2005 een huurlijn heeft aangeboden. Gelet hierop was verweerder op basis van artikel 16.1, eerste lid van de Tw bevoegd de toezichtkosten in rekening te brengen. Met betrekking tot de stelling van eiseres dat de in rekening gebrachte kosten niet in verhouding staan met de aangeboden dienst, overweegt de rechtbank dat de in rekening gebrachte kosten zijn vastgesteld conform de van toepassing zijnde regelgeving. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de van toepassing zijnde regelgeving, alsmede de door verweerder aangehaalde jurisprudentie geen ruimte bieden om van de vastgestelde bedragen af te wijken. Gelet hierop heeft verweerder terecht de uit de Regeling voortvloeiende toezichtkosten in rekening gebracht. Het beroep is derhalve ongegrond. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding 3. Beslissing De rechtbank, recht doende: verklaart het beroep ongegrond Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. de Wildt. De beslissing is in tegenwoordigheid van mr. E.S. van Giezen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2006. De griffier: De rechter: Afschrift verzonden op: Een belanghebbende - onder wie in elk geval eiseres wordt begrepen - en verweerder kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA 's-Gravenhage. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het afschrift van deze uitspraak is verzonden.